NOVA Nieuws

Jureren in Teheran

jan essing in teheranJan Essing, geaccordeerd jurylid en voormalig NOVA penningmeester, heeft in zijn huidige functie als secretaris-generaal van de UNICA het 28ste Internationale festival voor korte films in Teheran gejureerd. Zijn (wat langere) reisverslag is een mengeling van West-Europese vooringenomenheid en verbazing over de immense gastvrijheid die hij in Iran aantrof.

In 2010 heb ik de uitnodiging om het "27th Tehran International Short Film Festival" (TISFF) als gast van de festivaldirectie bij te wonen vriendelijk doch beslist afgeslagen. In de officiële berichtgeving van ons ministerie van Buitenlandse Zaken is Iran tenslotte niet het land waar je voor je plezier naar toe zou moeten gaan. Maar de Iranian Youth Cinema Society (IYCS) is organisator van het festival en daarnaast al lange tijd lid van de UNICA, en –hoewel de leiding van deze organisatie in recente jaren is vervangen en Iran in 2011 bovendien geen filmprogramma heeft ingezonden naar UNICA in Luxemburg- als secretaris-generaal van UNICA kun je niet altijd "Nee" blijven zeggen als één van de leden je vriendelijk uitnodigt te komen. Bovendien: de UNICA doet niet aan politiek, dus je moet je niet alleen door politiek laten leiden.

Dus, toen afgelopen juli de uitnodiging wederom in de mailbox plofte, heb ik –onder voorwaarden- geaccepteerd. Veel e-mailverkeer over-en-weer passeerde (want ik wilde wel graag garanties hebben dat ik het land ook weer heelhuids zou mogen verlaten), waarbij ik voornamelijk mijn behoeften formuleerde (Engelstalige begeleiding, vervoer per privéauto of –busje, vooraf bekend met exacte locaties van verblijf en een minutieus uitgewerkt programma van dag-tot-dag) en van de andere kant slechts mondjesmaat informatie kwam, maar uiteindelijk had ik het gevoel dat het wel goed zou komen, waarop ik mijn definitieve komst toezegde. Niet veel later verzocht MohammadReza, hoofd internationale zaken van IYCS om als jurylid in plaats van gast aanwezig te willen zijn. Dat maakte dat mijn reis uitgebreid werd tot 11 dagen tussen 6 en 17 oktober! Alle kosten zouden worden betaald, dat heb ik in UNICA-verband nog niet eerder meegemaakt! De weinige informatie, die ik bezat , heb ik aan de Nederlandse Ambassade in Teheran gemaild, zoals door BuZa werd geadviseerd. Voor het visum moest ik drie keer naar Den Haag, maar twee dagen voor vertrek was ook dat uiteindelijk in orde.

jan essing in teheranJan Essing, geaccordeerd jurylid en voormalig NOVA penningmeester, heeft in zijn huidige functie als secretaris-generaal van de UNICA het 28ste Internationale festival voor korte films in Teheran gejureerd. Zijn (wat langere) reisverslag is een mengeling van West-Europese vooringenomenheid en verbazing over de immense gastvrijheid die hij in Iran aantrof.

In 2010 heb ik de uitnodiging om het "27th Tehran International Short Film Festival" (TISFF) als gast van de festivaldirectie bij te wonen vriendelijk doch beslist afgeslagen. In de officiële berichtgeving van ons ministerie van Buitenlandse Zaken is Iran tenslotte niet het land waar je voor je plezier naar toe zou moeten gaan. Maar de Iranian Youth Cinema Society (IYCS) is organisator van het festival en daarnaast al lange tijd lid van de UNICA, en –hoewel de leiding van deze organisatie in recente jaren is vervangen en Iran in 2011 bovendien geen filmprogramma heeft ingezonden naar UNICA in Luxemburg- als secretaris-generaal van UNICA kun je niet altijd "Nee" blijven zeggen als één van de leden je vriendelijk uitnodigt te komen. Bovendien: de UNICA doet niet aan politiek, dus je moet je niet alleen door politiek laten leiden.

Dus, toen afgelopen juli de uitnodiging wederom in de mailbox plofte, heb ik –onder voorwaarden- geaccepteerd. Veel e-mailverkeer over-en-weer passeerde (want ik wilde wel graag garanties hebben dat ik het land ook weer heelhuids zou mogen verlaten), waarbij ik voornamelijk mijn behoeften formuleerde (Engelstalige begeleiding, vervoer per privéauto of –busje, vooraf bekend met exacte locaties van verblijf en een minutieus uitgewerkt programma van dag-tot-dag) en van de andere kant slechts mondjesmaat informatie kwam, maar uiteindelijk had ik het gevoel dat het wel goed zou komen, waarop ik mijn definitieve komst toezegde. Niet veel later verzocht MohammadReza, hoofd internationale zaken van IYCS om als jurylid in plaats van gast aanwezig te willen zijn. Dat maakte dat mijn reis uitgebreid werd tot 11 dagen tussen 6 en 17 oktober! Alle kosten zouden worden betaald, dat heb ik in UNICA-verband nog niet eerder meegemaakt! De weinige informatie, die ik bezat , heb ik aan de Nederlandse Ambassade in Teheran gemaild, zoals door BuZa werd geadviseerd. Voor het visum moest ik drie keer naar Den Haag, maar twee dagen voor vertrek was ook dat uiteindelijk in orde.

De reis

Vliegen met als tussenstop Dubai lijkt wel leuk, maar als je daar midden in de nacht (locale tijd 01:30 uur) arriveert en het buiten nog minstens veertig graden Celsius is, ben je blij als je na één sigaartje weer in een aircondioned ruimte terug kunt keren. Zelfs uit de parkeergarage kwam daar koele lucht! En 6 uur op een luchthaven wachten in het holst van de nacht is te kort om een hotelkamer te nemen en te lang om alleen een krantje te lezen. Ik was zo "gelukkig" dat ik een lange rij ligstoelen vond, waar ik zelfs even weggedommeld ben. 's Morgens om 7.20 uur "boarding time" en met Emirates verder naar Teheran. Naast mij twee jonge Iraniërs, die met ogen op stokjes de (jonge) vrouwelijke passagiers in zich opnamen. Later zal ik begrijpen waarom, maar nu verbaas ik me ook wel een beetje over de wulpsheid van de dames. Maar ook een enkele chador of hidjab in het vliegtuig. Op straat in Teheran zal ik er nog voldoende tegenkomen.

Uit voorzorg heb ik mijn Blackberry thuisgelaten, geen fototoestel of videocamera bij me en niets meegenomen, waar ik digitale bestanden op zou kunnen bewaren. Een kennis, medewerker van BuZa, had me geadviseerd om dat te doen, hoewel andere bekenden (o.a. Richard Brand van de BSA, die lang geleden in Iran was) mij probeerden te overtuigen van het tegendeel: "Misschien kom je er nooit weer en dan heb je geen foto van je verblijf daar!" In dat opzicht ben ik toch de over-voorzichtige ambtenaar, die liever voorkomt dan te moeten genezen.

De douane aan Iranese kant kijkt me vrijdagmorgen 09:30 uur –na uitgebreide studie van mijn paspoort- streng aan en vraagt me dan hoe je mijn naam uitspreekt: "Is it pronounced as Dzjen?" "No", zeg ik met mijn meest ontwapenende glimlach, "it is Jan". "OK" en ik krijg nog meer stempels in mijn pas.

Als ik de roltrap afkom staat al iemand achter de ruiten met een A4-tje met mijn naam erop en hij zwaait naar mij. Dat ziet er wel uitnodigend en vertrouwenwekkend uit! Na nog een keer door de scan (zowel mijn koffers, als ikzelf) begroet ik Fouad en een Japanner, die bij mij in het vliegtuig bleek te zitten. Hiroyuki is één van de andere juryleden bij het 28th TISFF. Fouad werkt bij de IYCS, is 26 jaar en spreekt uitstekend Engels. Uiterst voorkomend vraagt hij hoe de vlucht was, of ik goed gegeten heb, enzovoorts. De taxirit met de oude Peugeot 405 (ter plekke "Peugeot Pars" genoemd) tart iedere beschrijving. Geen enkel gaatje in het verkeersbeeld is te klein voor de chauffeur en het lijkt een wonder dat er geen ongelukken gebeuren. Gedurende mijn bezoek zal ik merken waarom: iedereen neemt de ruimte die gelaten wordt, maar niemand eist meer ruimte op dan er is. Ze zetten niet door, ook al hebben ze voorrang, zoals in Nederland wel gebeurt, met de bekende gevolgen. Ik heb in Teheran nauwelijks aanrijdingen gezien, en dat terwijl er 8 miljoen mensen wonen en naar mijn schatting 2 miljoen auto's rondrijden, die allemaal door dezelfde straat schijnen te willen. Het stratenpatroon in Teheran is ruim opgezet met veel tweebaans wegen met elk drie of meer stroken. Maar daar rijden gewoon vier of soms wel vijf auto's naast elkaar dezelfde richting op (met soms een motor- of scooterrijder die gewoon de andere kant opgaat). Als voetganger oversteken (met of zonder zebrapad) grenst aan ware doodsverachting: iedere rij auto's moet je één voor één tot stoppen dwingen door na een gepasseerde auto voor de aankomende te stappen, de bestuurder strak in de ogen kijkend; dan remt hij wel. Als je als voetganger aarzelt, rijdt de chauffeur door en moet je terug!

Maar goed, dat zal ik allemaal nog leren tijdens mijn verdere verblijf in deze van smog, benzinedamp en zwavellucht vergeven stad.

Aankomst in het hotel

Om 12:00 uur vrijdags worden we afgeleverd in het Howeyzeh Hotel op de hoek van Taleqani en Nejatollahi Street, drie blokken verwijderd van de voormalige US ambassade. Omdat er geen bancair systeem in Iran is, dat verbinding heeft met West-Europese banken, is mij geadviseerd om vooral cash mee te nemen in USD of EURO. Ik wissel €50 bij de kassier van het hotel en ontvang daarvoor 750.000 Rial. Om het makkelijk te maken, rekent men in Iran met Toman, in een koers van 10 Rial tegen 1 Toman. Maar ook 75.000 Toman is een getal, waar je nog gemakkelijk een nulletje in kunt vergissen. Later blijkt dat ik helemaal geen geld nodig zal hebben, integendeel, ik dreig zelfs met meer geld naar huis te gaan dan ik gekomen ben, omdat ze ook mijn visumkosten willen vergoeden. Maar daarover later meer.

Het is inmiddels meer dan 24 uur geleden dat Ineke mij op Schiphol heeft afgezet en ik probeer telefonisch met haar in contact te komen. Via de centrale van het hotel is dat zo gepiept en in no time hoor ik haar stem helder uit de bakelieten hoorn komen. Het doet me goed haar zo dichtbij te horen. De lunch is hetzelfde als het diner: (licht zurige) soep met een limoen erbij, zwaar gepaneerde vis (forel) of vlees (brochette) met frites, wat zure broccoli, zure wortel, kortom alles is in de citroen gekookt of gebakken. Zelfs het alcoholvrije bier heeft limoensmaak, of als je wilt, smaakt het naar ananas, perzik, banaan. Slechts zelden smaakt het naar gewoon bier. Van de bekende brouwerij uit Lieshout (via de Filippijnen in Iran geïmporteerd).

's Middags slaap ik even. De kamer is schoon en netjes, maar het is allemaal van een kwaliteit, die ik herken van Hotel Kiev in Bratislava (dat Zuzana Skoludova voor mij boekte toen we er in 2005 vergaderd hebben), waar het gestaalde partijkader 30 jaar geleden placht te overnachten en sindsdien weinig meer is veranderd.

Maar ze hebben een Internetcafé in het hotel en als je de vele beveiligingsschillen om hun internet access weet te doorbreken, dan kun je gewoon bij je webmailaccount van KPN en op die manier in contact blijven met de rest van de wereld! Fantastisch! Hoewel Facebook en Twitter zijn afgesloten en in Iran niet werken, kan ik in elk geval mijn dagelijkse beslommeringen met Ineke delen. Dat lukt Yuki (zoals we onze Japanse vriend inmiddels noemen) niet. Vandaag zal er verder niet zo veel gebeuren, want het is vrijdag en dan ligt de economie van het land nagenoeg stil. Dus hang ik wat rond in de lobby van het hotel. Vanuit de verte word ik in de lobby gefotografeerd, door iemand met een ouderwetse spiegelreflex met een opzetflitser. Als ik hem aankijk stopt hij de camera weg. Zeker van de (geheime) politie, want dat zal ik de volgende dagen merken: er is weinig geüniformeerde politie op straat, maar –verzekert men mij- des te meer niet-geüniformeerde. De hotelleiding heeft onze paspoorten ingenomen en vertelt dat we niemand moeten vertrouwen, die naar ons paspoort vraagt. Alleen als we het paspoort nodig hebben voor verlenging van het visum krijgen we het eventjes terug met het verzoek om het meteen na terugkomst weer bij de balie in te leveren.

In het hotel blijken nogal wat (naar men zegt) Irakese Koerden te logeren. De mannen dragen een witte of olijfgroene thawb of thobe ("jurk") met keurig gesteven manchetten en boorden, een enkeling met een kaffiyeh ("hoofddoek") op het hoofd. De Iraniërs dragen gewone (grijze, zwarte en bruine) kostuums, een enkeling nog met het merkje op de mouw! Maar geen enkele stropdas te zien, dus ik zal behoorlijk opvallen met mijn collectie dassen, pochetten en kleurige kostuums en overhemden! De meeste Iranese mannen hebben korte baardjes maar de Koerden zijn keurig geschoren of hebben een gesoigneerd snorretje. Bijna alle Iranese vrouwen zijn van boven tot onder bedekt met (overwegend) zwarte stof. Alleen het gezicht is onbedekt. Die gezichten zijn dan ook meestal zwaar opgemaakt. Op straat lopen jonge meiden met hun ogen de tegemoetkomende mannen "af te scannen". Een enkele keer vang ik hun blik en dan giechelen ze besmuikt. Want, ik rook mijn sigaartje ook in Iran op de stoep van het hotel en geniet van wat zich voorbij spoedt.

Jureren

De volgende ochtend ontmoet ik Julia, een Engelse documentairemaakster, Anis, filmer uit Tunesië en Stavros, filmmaker uit Griekenland. Wij vormen samen de internationale jury, die –aangevuld met twee beroemde Iranese mannen - de internationale sectie van de honderden ingezonden films zullen jureren. Ik heb met Julia te doen, die met hoofddoeken en sjaals probeert te voldoen aan de wetten van het land, maar daar duidelijk niet aan gewend is. Zowel Anis alsook Hiroyuki zijn in hun eigen land verantwoordelijk voor de organisatie van filmfestivals. Hiryuki voor het CON-CAN movie festival in Tokio en Anis voor het meer bekende Festival du Film Maghrébin de Nabeul. Met deze mensen bouw ik in de komende dagen een vertrouwensrelatie op. We leren elkaars voorkeuren, sterkten en zwakheden kennen, hoe we over film denken en welke maatstaven we daarbij aanleggen. Verder worden we voorgesteld aan Shahab, 24-jarige student aan de Universiteit voor Kunst in Teheran, in opleiding als Industrial designer, die met een uitstekende Engelse tongval onze begeleiding 24-7 op zich neemt. Shahab doet zijn uiterste best om al onze wensen serieus te vervullen. Ik ken weinig mensen die zo serieus en dienstbaar zijn. Maar om mijn grapjes kan hij wel lachen en mijn (lichte) kritiek op het Iranese systeem doet hem nadenken (hoop ik). Hij helpt ons bij de maaltijd in de conversatie met het bedienend personeel, loopt met ons naar winkels en bazaar om inkopen te doen, onderhandelt over de prijs, vraagt voortdurend of hij nog wat kan doen en rust niet zolang wij buiten onze kamers zijn. Maar, hij heeft ook een collegedictaat, dat aan het begin van onze kennismaking nog maagdelijk is, maar aan het eind van ons verblijf helemaal vol geschreven staat. Kennelijk is Shahab naast babysit ook rapporteur.

We worden op zaterdag om 2 uur 's middags naar een bioscoopje van het Filmmuseum gereden. De organisatie van het festival beschikt over drie mooie Toyota Vans met chauffeur voor het vervoer van de buitenlandse gasten (er komen later nog meer gasten bij uit het nabije Oosten). De tocht door Teheran van hotel naar de kleine cinema omvat niet meer dan ruim 13 kilometer en volgens Google Maps is dat in 17 minuten te doen. Welke route de chauffeurs ook namen, het duurde steeds ten minste een uur! Het verkeersinfarct in Teheran is immens!

In onze preview cinema, die achter het Filmmuseum van Teheran staat, worden we voorgesteld aan Dr. Ahmad Zabeti Jahromi (docent documentaires) en Nader Talib Zadeh, kritisch film maker, die meer dan 10 jaar in de VS heeft gewerkt. De samenwerking met deze beide mannen is nog wat onwennig, maar zal allengs verbeteren. Ahmad vertelt me dat hij alle films van Joris Ivens, Bert Haanstra en Johan van der Keuken kent en door zijn studenten laat analyseren. Ik moet bekennen dat ik maar enkele van de films van deze mannen ken. Dat is voor Ahmad vermoedelijk wel een teleurstelling. Verder komt er nog een tolk bij: Azadeh, een jongedame die ook weer uitstekend Engels spreekt, maar daarnaast werkzaam is al editor, dus "filmverstand" heeft.

Dan beginnen we aan onze grote opdracht: 54 speelfilms, 29 documentaires, 39 animaties en 17 experimentele films. In totaal dus 139 films uit alle delen van Europa, het nabije en het verre Oosten, noord- en zuid Amerika, Australië en Afrika. Kortom: van over de gehele wereld. In de Iranese afdeling waren 180 geselecteerd, die door een aparte jury zijn beoordeeld. En verder is er een Islam-wereld en Azië/Pacific sectie, waar weer een andere jury verantwoordelijk voor is. Volgens de organisatie waren er enkele duizenden films aangemeld en dat zal wel kloppen gezien het aantal locaties, waar de IYCS een afdeling in het land heeft. Maar ook uit het buitenland schijnen veel (meer) films aangemeld te zijn dan wij te zien krijgen. Alle films zijn in Iran voorgejureerd omdat natuurlijk alle films in de competitie moeten voldoen aan de normen en wetten van de Iranese Islamitische Republiek.

In de volgende vier dagen van 's morgens 10:00 tot 's avonds 20:00 uur klaren we de klus met zijn allen. We worden uitstekend verzorgd. Als we opmerken dat er –naast het ontbreken van alcohol- ook geen cafeïne in de koffie zit, is er na de middag Nescafé (helaas geen DE-koffie) mèt cafeïne. Er is voldoende fruit, koekjes en lekkernijen om de dag goed door te komen. De (rook)pauzes zijn lang genoeg voor zelfs een sigaar en we worden tijdens lunch en diner in de spreekwoordelijke watten gelegd. Ieder van ons ontvangt zelfs een prepaid kaart voor zijn/haar mobiel en –omdat mijn Blackberry thuis ligt- krijg ik de beschikking over een GSM-toestel. We kunnen de gehele wereld over bellen en als onze kaart leeg is, dan wordt hij weer opgewaardeerd. Dat is wel het summum van gastvrijheid!

De prijzen die we moeten toekennen doen ertoe: €3.000 voor de winnaar in elke categorie is tenslotte geen gek bedrag! Dus moet de einduitslag een mix zijn van buitenlandse en Iranese winnaars. Dat begrijp ik maar al te goed en daarom ga ik bij de eindwaardering aan het hoofd van de jurytafel zitten en neem (en krijg) op die manier de voorzittersrol op een natuurlijke wijze. Ik kan de beide Iraniërs ervan weerhouden alle Iranese films op de eerste plek te waarderen met goede argumenten. Zo goed zelfs, dat Ahmad mij aan het einde vraagt om zijn aantekeningen van mijn handtekening te voorzien en mij zijn "master" noemt!

We komen er in gemeenschappelijkheid uit en kiezen de enige vrouw in ons midden om als eerste het woord te voeren bij de prijsuitreiking.

Sightseeing

Maar die gelegenheid laat nog een vijftal dagen op zich wachten. We willen wel even proeven hoe de sfeer is in het Azadi Cinema Complex in Teheran, waar de nationale afdeling van de films wordt vertoond (kennelijk niet alle films). We gaan een avond kijken en worden vergast op een discussie over de Arabische lente in Noord-Afrika, waarbij de (Iranese) discussieleider voortdurend tracht om zijn buitenlandse gasten te overtuigen dat Egypte en Tunesië het voorbeeld van Iran moeten volgen, niet snappend en ontkennend dat er verschil is tussen een politieke Islam (Iran) en een culturele (Tunesië). We houden het al snel voor gezien en gaan op de stoep van het theater (alcoholvrij) bier drinken en roken. Maar, in het moderne, vijf verdiepingen tellende gebouw met vier grote bioscoopzalen, zijn wel standjes van LG om hun allernieuwste 3-D televisies te promoten! En het wemelt er van de jonge mensen, die allemaal van film genieten. Iran heeft één van de jongste bevolkingen van de wereld en dat merk je in deze omgeving des te meer.

De volgende dagen gaan wat trager voorbij. We bezoeken wat bezienswaardigheden, de bazaar, doen inkopen, maken een uitstapje naar de ultramoderne televisietoren, waar vandaan je een prachtig uitzicht hebt over de stad, met vlak bij de toren een villawijk, waar het wemelt van de particuliere zwembaden in de tuinen, bezoeken het tapijtenmuseum, gaan uitgebreid op traditionele wijze uit eten, op de grond zittend tussen de gerechten. Mijn rug is daar helaas niet echt op gebouwd. En voor we het weten is het al de avond van de prijsuitreiking.

De prijsuitreiking

De prijsuitreiking is wel erg een "mannetjes-show", waarbij duidelijk wordt hoeveel belangrijke mensen naar dit event gekomen zijn ter meerdere eer en glorie van de IYCS en diens leiding. De avond wordt traditioneel geopend met een gezongen gebed, zoals dat kennelijk gebruikelijk is. Wij doen als internationale jury netjes onze plicht. Dat betekent: per categorie voorlezen wie genomineerd is in de internationale sectie en welke film gewonnen heeft en wie de tweede prijs heeft gekregen. Meestal zijn het medewerkers van de betreffende ambassade, die de prijs in ontvangst nemen. Daarbij moet ik me inhouden om dames geen hand te geven, want dat is –ook tussen westerlingen- in dit land niet toegestaan. Omdat Julia hier op het podium moet verschijnen is ze van passende kleding voorzien door MohammadRezah en zijn vrouw. Dat betekent: een overgooier in de juiste vormeloze pasvorm, niet-doorschijnende kousen en een hoofddoek van voldoende afmetingen. Ze laat het zich gedwee aanleunen en ondanks verbod wissel ik op het toneel blikken van verstandhouding met haar.

Na afloop, als ik buiten een sigaartje sta te roken, word ik aangeklampt door jonge Iranese filmmakers, die ons een DVD in de hand drukken. Ze vertellen dat hun film verboden is omdat het ongepaste handelingen bevat. Naar men vertelt gaat de film over skateboarden en die subcultuur is nog niet geaccepteerd in dit land.

Terug naar huis

Dan is het tijd voor vertrek. We krijgen uitgebreide cadeaus mee (maar goed dat ik een grote koffer bij me heb) en wisselen mail- en andere adressen uit. Iedereen belooft elkaar foto's en video's te zenden en even later zit ik alweer in het vliegtuig voor de lange reis naar Nederland. De stop-over in Dubai is nu maar een paar uur en –hoewel ze had gezegd dat ik de trein naar Lelystad maar moest nemen- staat Ineke toch bij de gate op Schiphol. Dat is by far de grootste verrassing van de hele reis.

Bekijk een video van het festival

 

© 2021 NOVA. Alle rechten voorbehouden. KVK: 40477773 - RABO Bank: NL36 RABO 0353 8218 45

Login

Let op. NOVA-leden kunnen hier inloggen!

Hulp nodig bij inloggen?